De hand

Alles wat we doen met onze handen, is zo vanzelfsprekend dat we er nauwelijks bij stilstaan. Met onze vingers kunnen we strekken, buigen en
zijwaarts bewegen en duizenden handelingen verrichten.
De hand bestaat uit vijf vingers. De duim bevat twee vingerkootjes (kleine botjes) en de andere vingers bestaan elk uit drie kootjes. Onder elke vinger zit een middelhandsbeentje. Daaronder zitten weer de handwortelbeentjes, acht in totaal.

Vanaf de onderarm lopen spieren en pezen naar de hand en de vingers. In de binnenzijde van de van de hand zitten de flexoren, spieren die ervoor zorgen dat de pols en de vingers kunnen buigen.

Aan de bovenzijde van de hand zitten spieren die ervoor zorgen dat de pols en vingers kunnen strekken.

Tussen alle botjes in de hand, zitten gewrichtjen. De pezen vormen de overgang van spieren naar botten. De pezen in de pols die over het bot heenlopen, zitten in peesschedes. Dit zijn een soort tunneltjes met vloeistof. Hierdoor geleidt de pees makkelijker over bot.

Daarnaast lopen er natuurlijk ook zenuwen door de hand.
Bron: werkend lichaam

 

Aandoeningen: