Najaarstraining


Als je regelmatig fietst en na verloop van tijd duur en intensi­teit niet wijzigt, zal er na de aan­vankelijke stijging

een stabilisering optreden, die zelfs overgaat in een daling van het prestatie­vermogen.

Voor iedereen, ongeacht of het een wedstrijdrenner of toerder betreft, is het daarom van belang de training te periodise­ren. Maak een jaarprogram­ma, met enkele malen per jaar een meso­cyclus van 4 à 6 weken, waarin je naar een top toegroeit.

Dat kan bijvoorbeeld samenhangen met belangrijke wedstrijden, met een fietsvakantie of met een bijzondere toertocht.

Daaraan koppel je een microcyclus, een week indeling met een strak schema per dag.

De invulling daarvan is mede afhankelijk van de mesocyclus. Is over 2 weken “de grote dag”, dan zal in de eerste week de belasting in afstand en intensiteit opgevoerd moeten worden, terwijl in de week voorafgaande, juist getaperd moet worden,

door wel de intensiteit te handhaven, maar de afstand te verminderen.

Richt je op je zwakke kanten, want de sterke kanten heb je van nature al meegekre­gen.

Ben je dus een strijkijzer, train dan wat vaker op explosiviteit en souplesse.

Bij de voorjaars­training ging je bij voorkeur langdurig trai­nen met een klein verzet.

Twee tot drie uur, afhankelijk van de weersomstandigheden met een verzet van 42*16.

Later ben je op een veel groter verzet gaan rijden, met intensievere momenten, zoals tijdens die winderige

woensdagavonden, waarbij het in je trainingsgroep op de dijk op de kant ging.

Nu in het najaar train je in ongeveer 4 weken af - wat vaker alleen - waarbij inten­siteit, frequentie en duur van

de trai­ningen af nemen.

Door de hoogtepunten van je zomer (cyclosportive tochten, fietsvakantie) ben je toe aan relatieve rust.

De “velo blues” maakt de goesting er in september vaak niet beter op.

Toch is het ook nu van belang de teugels niet veel te laten vieren.

Voor je het weet, heb je 5 kilo extra aan je broek en een geweldig verlies aan vermogen.

Daarom gaat de voorkeur ernaar uit met 3 tot 4 keer per week 1 tot 2 uur trainen, in trainingszone

2 en 3 (hartslag tussen 70 en 80% van maximum) de conditie op peil te houden, totdat je goede wegfiets opgeborgen wordt. Voor velen is dat moment 1 oktober. Als je van plan bent, daarna te gaan hardlopen, is het zinvol al in september 1 maal per week dit te gaan doen.

Na een fietstraining trek je dan andere kleren aan, en ga je op goed schoeisel 10 tot 15 minuten rustig joggen, om knieën en voeten aan de nieuwe belasting te laten wennen.

Velen kiezen echter ook, vaak na een korte trainingsstop van 2 tot 3 weken, voor de ATB als manier najaar en winter te overbruggen naar het wegseizoen.

Ook op een home-trainer zijn sessies van een half uur een goede training. Volgens anderen is Spinning het beste........