Oorzaken en preventie van handbalblessures

Slechte werp- en vangtechniek
Veel vingerblessures blijken het gevolg van een gebrek aan een goede werk- en vangtechniek. Door deze technische tekortkoming belandt de bal vaker op een ongelukkige manier op de vingertoppen of de duim, waardoor deze ernstig geblesseerd kunnen raken. Regelmatige en langdurige werk- en vangtraining is hier de beste specifieke maatregel ter preventie van letsel. Daarbij komt dat de vingers en de duim zich goed lenen voor het aanbrengen van een preventieve tape. Het is en blijft onverstandig om met een half genezen vinger- of duimblessure weer te gaan spelen. Dit betekent namelijk in de praktijk dat de blessure nooit volledig overgaat en voortdurend de neiging heeft te verergeren.

Een andere blessure die door een slechte werptechniek wordt veroorzaakt, is de werperelleboog. Hierbij ontstaat er door overbelasting een ontsteking aan de binnenzijde van de elleboog. Deze ontsteking ontstaat op de plaats waar de spieren die men gebruikt bij de werpbeweging, aanhechten aan het bot. Om deze blessure te voorkomen moet men bij de werptraining veel aandacht besteden aan de bovenhandse werpbeweging.

Slechte valtechniek
Bij handbal is het gebruikelijk in de aanvalcirkel te duiken om tot scoren te komen. Veel handbalblessures, met name van knieën, heupen en ellebogen, ontstaan doordat de handballer niet de juiste valtechniek beheerst. Vanuit preventief oogpunt moet hier tijdens de training veel aandacht aan worden besteed. Daarnaast is het verstandig te spelen met elleboog- en kniebeschermers.

Contact met de tegenstander
Handbal wordt gespeeld op een relatief klein veld. Het spel golft met grote snelheid op en neer. Dit brengt met zich mee dat de kans op botsingen tussen spelers onderling groot is, te meer daar het spel vaak een 'gevecht' om de bal is. De mogelijkheid van lichamelijk contact doet de kans op ontstaan van blessures drastisch toenemen. De scheidsrechters moeten daarom streng optreden tegen spelers die doelbewust botsingen of lichaamscontact met de tegenstander aangaan of uitlokken. Bij voorbeeld doordat zijn werparm bij een schotpoging wordt geblokkeerd, loopt de handballer het risico van het ontstaan van een blessure aan de werparm. Hierbij worden met name de elleboog en schouder getroffen. Tijdens een wedstrijd is een dergelijke situatie helaas moeilijk te voorkomen, omdat de tegenstander altijd zal proberen de bal te blokkeren.

Om spierstijfheid te voorkomen bij handballers moeten naast de rekkingoefeningen van de benen ook rekkingoefeningen van de armen en schouder uitgevoerd worden. Vanzelfsprekend is ook een warming-up van belang. Bij handbal moet deze bestaan uit circa tien minuten rustig ingooien op halve kracht met een niet te grote onderlinge afstand. Als men volledig warm is, kan men beginnen met werpen op volle kracht.

Bij zaalhandbal komen zoals gezegd zeer veel enkelblessures voor. De belangrijkste maatregelen ter preventie van enkelblessures zijn volledig revalideren en, in verband met instabiliteit van het enkelgewricht, het toepassen van taping en het dragen van hoog schoeisel. Om overbelastingblessures te voorkomen, moet de zool van de handbalschoen zoveel mogelijk zijn afgestemd op de vloer van het handbalveld. Dit betekent vak dat de schoen een enigszins verende zool moet hebben, die draai bewegingen makkelijk toelaat.
 

Bron: "Sportblessures buitenspel"

www.fysiodevries.nl fysiotherapie

 

www.braceadvies.nl brace of ondersteuning (webwinkel)

 

www.shockwavepraktijk.nl  De behandelduur is kort en zeer effectief.

 

Kerkweg 45a  4121 KR Zijderveld (Everdingen)

Telefoon: 0345- 642618    Fax: 0345- 641004

 

De praktijk is direct gelegen aan de

snelweg A2 Utrecht s'-Hertogenbosch, U neemt afslag (12) Everdingen/Leerdam.

 

Copyright © 2006 [R. de Vries]. Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 27 november 2009